Te veel suiker kan leiden tot een vervroegde puberteit

Te veel suiker kan leiden tot een vervroegde puberteit

In een vorige blog schreef ik al dat er eigenlijk waarschuwingsteksten op zakken snoep zouden moeten staan, net als op de pakjes sigaretten. Een goede tekst zou zijn: “Suiker leidt tot vervroegde puberteit”. We hebben het dan uiteraard niet over zo nu en dan een snoepje, maar over excessieve suikerconsumptie. Helaas geldt dit voor het gemiddelde Nederlandse kind al gauw. We zien een trend dat kinderen steeds vroeger in de puberteit komen. Bij meisjes is dat het meest aanwijsbaar: de leeftijd waarop de eerste menstruatie komt is al decennialang aan het dalen. Dit heeft te maken met een snellere groei op zeer jonge leeftijd, soms zelfs al voor de geboorte.

Lichaamslengte is een graadmeter voor welvaart

Hoeveel kinderen groeien is grotendeels afhankelijk van de hoeveelheid voedsel en belangrijke vitamines. In tijden van overvloed groeien ze meer, tijdens hongersnood staat de groei stil. Dit patroon is wereldwijd merkbaar: wanneer de welvaart in een land verbetert, stijgt de gemiddelde lichaamslengte van de bevolking. Dus op zich is groeien een teken van gezondheid, van de andere kant zie je nu dat jongeren steeds vaker extreem lang worden. De meest logische verklaring volgens wetenschappers is dat kinderen gedurende jaren een hoog insulineniveau in hun bloed hebben: insuline stimuleert het groeisysteem van het lichaam. Als volwassene groei je er in de breedte van, als kind groei je er in de lengte van en uiteindelijk ook in de breedte. Insuline en het groeihormoon hangen nauw met elkaar samen. Wanneer wij onze kinderen dagelijks voorzien van frisdrank, vruchtensap en snoep terwijl ze met hun iPad op de bank hangen, dan kun je dit vergelijken met het bemesten van een plantje in een warme kas: ze gedijen er goed op. Het groeisysteem wordt extra gestimuleerd, op dezelfde manier die op latere leeftijd kankercellen aanzet tot woekeren. (Hierover meer in een volgend artikel).

Een ontremd groeisysteem

Insuline wordt geproduceerd in de alvleesklier en gaat daarna rechtstreeks naar de lever. Hier gebeuren twee dingen:

  • De productie van de op insuline-lijkende groeifactor IGF-1 stijgt.
  • De productie van het eiwit IGFBP-1 daalt. Dit eiwit werkt als een rem op het groeisysteem van het lichaam.

Deze twee factoren moeten zorgen voor een balans in de groei. Wanneer echter het insulineniveau in het bloed stijgt, wordt de remmende werking van IGFBP-1 op de groeifactor verminderd. Hierdoor worden de cellen te veel gestimuleerd om te groeien en zich te delen.

Deze versnelde groei kan al optreden tijdens de zwangerschap. Het is normaal dat zwangere vrouwen slechter reageren op insuline, waardoor er al gauw wat extra kilo’s bijkomen. Wanneer je dan kiest voor suiker en andere snelle koolhydraten kan het behoorlijk uit de hand lopen met de gewichtstoename. De kans hierop is groter als je al voor de zwangerschap gewichtsproblemen had. Veel vrouwen denken dat het na de zwangerschap wel weer goed komt met hun gewicht. Wat ze echter niet weten is dat het overgewicht tijdens de zwangerschap kan leiden tot een zwaardere baby, met alle risico’s van dien tijdens de geboorte. Een vrouw met overgewicht heeft 50% meer kans op een zwaardere baby, bij een vrouw met obesitas is deze kans verdubbeld.

Steeds meer vrouwen krijgen zwangerschapsdiabetes, wat ook weer bijdraagt aan een hoger geboortegewicht. In ongeveer 20 jaar tijd is het aantal baby’s dat bij de geboorte meer dan 10 pond weegt verdubbeld.

Wat je eet tijdens de zwangerschap heeft dus effect op de groei van het kindje. Voor sommige kinderen is een hoog geboortegewicht het begin van een leven met een strijd tegen de kilo’s. Toch zie je dit in de eerste jaren niet altijd, deze kinderen zijn in het begin vaak iets kleiner dan hun leeftijdgenoten.

Een pasgeboren baby verzamelt al gauw extra vet: het zachte buikje, de gezellige plooien op armpjes en beentjes, het is heel normaal voor een baby’tje. Zodra ze gaan kruipen en lopen verdwijnt dit vet snel; ze gaan meer in de lengte groeien en minder in de breedte. Op hun eerste verjaardag bereiken kindjes hun BMI-top. Daarna worden ze steeds slanker tot ze ongeveer zes jaar oud zijn. Dan bereiken ze een BMI-dal van gemiddeld 15,5. Ter vergelijking: bij een volwassene geldt een BMI onder de 18,5 als ondergewicht. Vanaf zes jaar stijgt de BMI weer.

Wat we echter de laatste jaren zien is dat kinderen al veel eerder hun BMI-dal bereiken, sommige kinderen al op de leeftijd van drie jaar. Vandaar dat ze in het begin slanker zijn dan andere kindjes. Hierna komt er echter een inhaalspurt waarbij de BMI in een hoog tempo begint te stijgen. Een laag BMI op te jonge leeftijd leidt vaak tot overgewicht op latere leeftijd. Ook de kans op het metabool syndroom is groter.

Doordat de groeispurt eerder komt, bereiken deze kinderen ook eerder de puberteit. Hierna groeien ze nog maar weinig, waardoor de uiteindelijke lengte meestal niet groter dan gemiddeld is. De gemiddelde BMI bij 19 jaar is echter wel (veel) hoger.

De snelle groei gaat gepaard met hoge niveaus van de groeifactor en lage niveaus van het eiwit dat de groei moet remmen. Hierdoor groeien kinderen niet alleen in de lengte, maar ook in de breedte: de groei van het skelet en de groei van de vetdepots in het lichaam worden beiden beïnvloed door de groeifactor IGF-1. Wanneer de groei van het skelet stopt, stopt ook de toename van vetcellen. Het aantal vetcellen dat we als tiener hebben, bepaalt de hoeveelheid vetcellen die we de rest van ons leven zullen hebben. Onderzoekers achten het zeer waarschijnlijk dat we een onveranderlijk aantal vetcellen hebben als volwassene, ongeacht hoeveel het gewicht schommelt. Belangrijk is dus ervoor te zorgen dat een kind in een normaal tempo groeit. En het heeft er alle schijn van dat het enorm helpt om ze geen grote hoeveelheden suiker te geven!

Bronnen

  1. Ann Fernholm, Det sötaste vi har (Stockholm, 2014)
  2. Meisjes steeds jonger bij de eerste menstruatie, Volkskrant
  3. Relatie tussen gewichtstoename in de zwangerschap en geboortegewicht kind (1): The association between pregnancy weight gain and birthweight: a within-family comparison.
  4. Relatie tussen gewichtstoename in de zwangerschap en geboortegewicht kind (2): Maternal concentrations of insulin-like growth factor I and insulin-like growth factor binding protein 1 during pregnancy and birth weight of offspring.
  5. Zwaardere baby bij zwangerschapsdiabetes: Inverse changes in fetal insulin-like growth factor (IGF)-1 and IGF binding protein-1 in association with higher birth weight in maternal diabetes.
  6. Te snelle groei als kind kan leiden tot overgewicht als volwassene: Adult obesity susceptibility variants are associated with greater childhood weight gain and a faster tempo of growth: the 1946 British Birth Cohort Study.
  7. Veranderd patroon in BMI-groei bij kinderen: A changing pattern of childhood BMI growth during the 20th century.
  8. Snellere groei en het ontstaan van metabool syndroom: Adiposity rebound and the development of metabolic syndrome.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *